Willy Delbecque

Willy Delbecque (92) woonde als kind vlak bij de spoorweg in Kortrijk. Door zijn strategische ligging was de buurt een belangrijk doelwit voor bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog, die Willy zich nog levendig herinnert. 

Twee Wereldoorlogen komen samen 

Willy: “Ik werd geboren in 1932 en woonde tot mijn eerste leerjaar in Komen. Vader werkte in een bouwbedrijf en ging vaak in de Westhoek metselen. Na de Eerste Wereldoorlog was daar meer dan genoeg werk bij de heropbouw van huizen. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog verhuisden we naar de Weggevoerdenlaan in Kortrijk, waar mijn vader werk vond bij Tapijten Dejaegere. Je moet weten dat de naam Weggevoerdenlaan al oorlogssymboliek met zich meedraagt. Hij verwijst naar diegenen die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers weggevoerd werden. Daarom veranderde de bezetter de straatnaam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog naar Prosper Poulletlaan. De benaming Weggevoerdenlaan werd enkele dagen na de Bevrijding, eind september 1944, in eer hersteld. 

In onze buurt was er een kazerne van het Belgische leger. Ook de firma De Coene bevond zich vlakbij. Ik zag er een bom vallen op de onderstand (schuilkelder), waar nu een busstelplaats is. De Coene had ook een paardenstalling. Toen ze de deuren van de stal afbraken, recupereerde vader het hout om onze kelder te verstevigen. Naast De Coene was er een café met een winkel. Tijdens een bombardement sneuvelde de cafébazin maar overleefde haar man het omdat hij net buiten stond. Achter ons huis had je een grote waterpomp voor de stoomtrein. De stoker kroop nog onder een machine, maar een bom viel pal op die machine waardoor de man het niet overleefde.

Sporen van strijd 

Een Duitse soldaat verbleef een tijdje bij ons thuis. Moeder moest zijn was doen. Wat verder in de straat was er een café dat de andere regimentssoldaten vaak bezochten. Het waren spoorwegsoldaten. De Duitsers vochten aan het Oostfront tegen de Russen, waar de sporen breder waren. Om daarop voorbereid te zijn, oefenden ze in Kortrijk om de rails te verplaatsen. Ik heb nog een foto waarop mijn broer en ik, als achtjarige, bij die soldaten staan. De spoorlijn was sowieso een strategische locatie tijdens de oorlog en werd veelvuldig gebombardeerd. Volgens mij liggen er nog altijd onontplofte bommen in het gebied. Ik herinner me zo’n bom. Walen of Fransen begonnen ze op te delven terwijl ze ‘le travail, c’est la santé’ zongen, tot ze plots water zagen opborrelen. Ze stopten meteen vanwege het ontploffingsgevaar en de taak werd, voor zover ik weet, nooit hervat. 

Willy en zijn broer met de Duitse soldaten

Mijn vader werd een tijdje naar Duitsland gestuurd om er verplicht te werken. Hij verbleef er in een kazerne met allerlei nationaliteiten. Om de zes maanden had hij een weekje verlof en mocht hij naar huis terugkeren. Tijdens een van die verloven dook hij onder bij ons thuis. Als de gendarmen hem kwamen zoeken, kon hij via gaten in de kelder ontsnappen. 

Ruilen met rokers 

Ik liep school bij de Broeders Van Dale. Vlak voor de school viel een bom. De krater stond vol water. Men gebruikte bussels hout om hem terug te vullen. Tijdens de oorlog heb ik veel honger geleden. We kweekten onze eigen groenten, wat ik nu nog altijd doe, en konijnen. Ik moest ze als kind zelf slachten. We vulden onze maag ook door met de Duitsers een pakje sigaretten te ruilen voor een brood. Dat bevatte zelfs stro. Ik draaide eigenhandig de sigaretten, waarbij in de tabak bietenbladeren gemengd waren.”  

De laatste loodjes 

De gebouwen aan de Weggevoerdenlaan werden tijdens de bombardementen aan het einde van de oorlog compleet vernield, terwijl het wegdek en het aanpalende vormingsstation in een maanlandschap herschapen werden. Op 2 september 1943 kwamen zes mensen om in het vormingsstation en zes in de firma De Coene. Op 4 september 1943 waren er vier dodelijke slachtoffers in nummer 41. Op 26 maart 1944 waren er opnieuw vijftien slachtoffers. 

Willy: “Aan het einde van de oorlog vluchtten we naar Aalbeke omdat ons huis niet meer stabiel was door de bombardementen. We woonden er een tijdje bij een weduwnaar. De chauffeur van de verhuiswagen had een ‘klaarpot’ gevonden en begon ermee te spelen. Plots ontplofte die ‘klaarpot’, de pret was snel voorbij. In december 1944 vonden we een nieuw huis in de Tuinwijk in Bissegem. Aan het einde van de oorlog zag ik soms vanuit het dakvenster nog een V1 of V2 voorbijvliegen. Zo viel er nog één op Rollegem. Toen de oorlog eindigde, ging de sirene nog een laatste keer en wisten we dat de ellende voorbij was.” 

Na de oorlog begon Willy net zoals zijn vader te werken bij Tapijten Dejaegere. Hij eindigde zijn carrière bij De Post.

Meer verhalen over de Tweede Wereldoorlog

 

Willy
Willy
Willy